Nettosalaris omhoog, maar worden we wel echt rijker?

Je nettoloon stijgt in 2023, dat heb je misschien al gezien op je loonstrookje. Fijn! Maar houd je daar wel écht ook meer van over?

Als je evenveel uren werkt als vorig jaar en je brutoloon blijft hetzelfde, dan ga je er in 2023 toch op vooruit. Dat komt door veranderingen van de Belastingdienst. De arbeidskorting is hoger en de belastingtarieven iets lager. Wat dat betekent? Dat je netto meer overhoudt.

Iedereen een hoger salaris?

Salarisverwerker ADP rekende het uit. Voor de meeste mensen gaat het nettosalaris met € 50 tot € 100 omhoog. Ook als je geen loonsverhoging van je baas hebt gehad. Hoe kan dat?

In 2023 betaal je iets minder belasting over je inkomen. Het tarief in de eerste belastingschijf gaat van 37,07% naar 36,93%.

Daarnaast gaat de arbeidskorting omhoog. Dat is het bedrag dat je van je te betalen belasting mag aftrekken. Een korting, dus. In 2023 is de arbeidskorting verhoogd naar maximaal € 5.052, tot de leeftijd van 67 jaar. Dat is € 782 meer dan vorig jaar. Hoeveel arbeidskorting je krijgt, hangt af van je leeftijd en inkomen. Ook is de algemene heffingskorting hoger.

Kijken we alleen naar de nieuwe regels van de Belastingdienst dan krijg je met een modaal salaris, dat is € 3.086 bruto, er netto € 91 bij. Dat is 3,7%.

Loon versus inflatie

Heel fijn, natuurlijk. Dat we er met z’n allen netto wat bijkrijgen. Maar heel veel prijzen gingen ook flink omhoog. In 2022 was de inflatie 10%. En economen verwachten voor 2023 een inflatie van 4,9%. Dat is meer dan die 3,7% van hierboven.

Het hogere nettoloon door de lagere belastingen en hogere arbeidskorting weegt dus niet op tegen de inflatie. Die paar tientjes of honderd euro die je erbij krijgt, gaan waarschijnlijk op aan de duurdere boodschappen. Als het inkomen achterblijft op de inflatie, dan daalt je koopkracht. En kun je met een hoger nettosalaris niet per se meer kopen.

Hoe zit het met koopkracht?

Koopkracht geeft aan wat je met je inkomen kan kopen. Als je loont stijgt, en de prijzen blijven gelijk, dan stijgt je koopkracht. Maar gaan de prijzen omhoog? En stijgt je inkomen niet mee? Dan daalt je koopkracht juist.

Het Centraal Planbureau (CPB) berekent de koopkracht. In 2022 daalde de koopkracht met 2,7%. Het CPB verwacht dat de koopkracht in 2023 met 0,2% daalt, en in 2024 weer stijgt, met 2%. Die daling van de koopkracht kwam door de hoge inflatie. Dit jaar is de inflatie minder hoog. En liggen er forse looneisen op tafel.

Wat is de loon-prijsspiraal?

Als je loon meestijgt met de inflatie, blijft je koopkracht ongeveer gelijk. Daarom is de roep om hogere lonen nu zo groot. Om de koopkracht te repareren. Toch kan dat ook averechts uitpakken. In het nieuws hebben economen het dan over de loon-prijsspiraal.

Die werkt zo. Als de prijzen stijgen (inflatie), vragen we om een hoger loon. Door de loonsverhogingen lopen voor bedrijven de personeelskosten op. Om de winst te behouden, berekenen ze die kosten door in de prijzen. Zo stijgen de prijzen opnieuw. En hebben we een nóg hoger loon nodig om dat te compenseren. Dat leidt weer tot nieuwe looneisen, waardoor de kosten voor bedrijven verder oplopen. Die weer doorberekend worden…

De term ‘loon-prijsspiraal’ komt dus af en toe voorbij. Volgens de meeste economen zal het niet zo’n vaart lopen, omdat de inflatie dit jaar nog niet zo hoog is. En onze koopkracht komt – als we de experts mogen geloven – ook wel weer terug. Toch is een hoger nettoloon altijd meer dan welkom.

In dit artikel kunnen affiliate-links staan.

Over PorteRenee

PorteRenee is het grootste Nederlandse platform over personal finance. Van sparen tot besparen en van beleggen tot verzekeren. PorteRenee voorziet elke maand miljoenen Nederlanders van tips, tricks, informatie en inspiratie over alles wat met geld te maken heeft.

Deel dit bericht:

WhatsApp
Facebook
LinkedIn
Pinterest

Volg ons ook op Instagram voor meer inspiratie, tips en tricks!

Bekend van

Download GRATIS ons zomerboek