salarisonderhandeling

Geen cao? Zo regel je een kick-ass salaris

Wil je een goed salaris? Dan zal je moeten onderhandelen. We geven je 8 tips die je helpen bij je salarisonderhandeling.

Door Saskia

In een cao (= collectieve arbeidsovereenkomst) staan allerlei afspraken over de arbeidsvoorwaarden. Zoals het pensioen, werktijden, toeslagen, overwerken, proeftijd, opzegtermijn en het loon. De hoogte van het salaris staat dus vast in een cao. Dat wil zeggen: de werkgever moet minimaal het salaris betalen dat in de cao staat. Meer mag, minder niet. Zo weet je precies waar je aan toe bent. Maar wat nu als geen cao hebt?

Salaris zonder cao

Geen cao? Dan bepaalt je baas hoeveel loon je krijgt. Maar dat betekent niet dat je zelf geen inbreng hebt. Onderhandelen mag altijd. Je maakt met je werkgever afspraken over je loon. En deze worden vastgelegd in een contract. Een salaris mag nooit minder zijn dan het wettelijk minimumloon. Of je nu wel of geen cao hebt. Ook goed om te weten, in de wet staat niks over salarisverhoging. Heb je geen cao? Je baas is je niet verplicht om je elk jaar meer loon te geven. Daarom is het belangrijk om je goed voor te bereiden op je salarisonderhandeling.

Onderhandelen over je salaris doe je zo

Onderhandelen over je salaris. Het blijft ongemakkelijk. Vooral als je het nog nooit hebt gedaan. En geen idee hebt hoe je het aanpakt. Maar wil je een fijn salaris? Dan zal je voor jezelf moeten opkomen.

1.      Neem de tijd

Ik weet het nog goed. Bij mijn eerste baan was ik zo overwhelmed dat ik zonder na te denken het contract tekende. Beetje dom misschien, maar ik was blij. Achteraf alleen niet, want ik verdiende veel te weinig. Je begrijpt: dat was geen goede salarisonderhandeling. Of beter gezegd, helemaal geen onderhandeling.

Je onderhandelt over je salaris na het aanbod van de baan en voordat je je contract tekent. Daar tussenin dus. Dat is een prima onderhandelingspositie. Je weet dat je de beste kandidaat bent en hebt nog tijd om te onderhandelen. Gebruik die tijd ook. Het hoeft allemaal niet snel, snel, snel.

2.      Laat je niet in de kaart kijken

“Hoeveel wil je gaan verdienen?” “Wat was je laatste salaris?” Een potentiële werkgever wil soms meteen al weten wat jouw salariswensen zijn. Trap daar niet in. Onderhandelen over het salaris komt sowieso pas nadat je weet of je de functie wel of niet krijgt. Maar ook dan hoef jij niet de eerste stap te zetten. Laat je nieuwe werkgever het eerste bod doen. Dan begint de salarisonderhandeling eigenlijk vanzelf.

Doe je zelf het eerste bod? Het risico dat je een (te) hoog of laag salaris noemt is groot. Een te laag bod kan ervoor zorgen dat je als “te licht voor de functie” wordt gevonden. En met een te hoog bod prijs je jezelf uit de markt.

Wacht op het openingsbod. Ga ervan uit dat dit het laagste bod is, en dat er dus best wat te onderhandelen valt. Hap niet meteen toe.

3.      Doe je research

In vacatures staat vaak een “marktconform salaris”. Weet jij welke harde cijfers dit zijn? Zorg dat je een goed beeld hebt wat een reasonable salaris is voor jouw functie in jouw vakgebied. Wat is hoog, wat is laag? Zo weet je meteen of het bod van jouw werkgever oké, veel te laag of lekker riant is. Als je zonder enig benul je onderhandelingen in gaat, weet je niet wat je kunt en mag vragen.

Met een goede voorbereiding kun je met een gerust harst het eerste bod verwerpen en een goed tegenbod doen.

4.      Weet wat je waard bent

Tuurlijk, je wilt het liefst zo veel mogelijk verdienen. Wie wil dat niet? Maar pas op dat je jezelf niet in de vingers snijdt. Door te hoog in te zetten, maak je jezelf ongeloofwaardig. Je gevraagde salaris moet je kunnen onderbouwen. Met feiten en argumenten. Waarom ben jij dit waard?

En dat mes snijdt aan twee kanten. Vaak denken mensen dat ze de baan eerder krijgen als ze wat minder vragen. Niet doen! Je nieuwe werkgever is niet op zoek naar de goedkoopste, maar naar de beste. Vraag je (veel) te weinig? Dat werkt juist averechts.

5.      Spreid je kansen

Pin jezelf niet vast op één bedrag. Maar bepaal een bandbreedte. Dit is een boven- en ondergrens. Wil je bijvoorbeeld €2.400 verdienen? Zeg dan dat je een salaris wilt tussen de €2.400 en €2.700. Of dat je zit te denken aan een salaris rond de €2.600. Ga er iets boven zitten zodat je wisselgeld (= onderhandelingsruimte) creëert. Dan kun je altijd nog iets zakken om je nieuwe baas tegemoet te komen.

6.      Vergeet de extra’s niet

Is het salaris iets minder dan je had gewild? Staar je daar niet blind op. Secundaire arbeidsvoorwaarden kunnen een hoop goed maken. Zoals een dertiende maand, vakantietoeslag, een auto van de zaak, vrije dagen, reiskostenvergoeding of flexibele werktijden. Verdiep je in de opties en kijk of je daarmee het bruto salaris nog iets kunt opkrikken.

CHECK OOK:  Je lievelingsleven creëren door minder uit te geven

7.      Kijk om je heen

Is er weinig werk en zijn veel mensen op zoek naar een baan? Dan zullen te hoge salariseisen je niet verder helpen. “Voor jou tien anderen”. Maar dat geldt ook andersom. Is er krapte op de arbeidsmarkt, dus veel werk en weinig arbeidskrachten? Dan zit je goed. En zal je best wat meer kunnen vragen. 

8.      Durf te vragen

Last but not least. Te bescheiden zijn is niet cool. Kom jij als beste uit de bus? En weet je zeker dat de functie op jouw lijf is geschreven? Dan mag daar ook een goede beloning tegenover staan. Ga voor die kick-ass salarisonderhandeling! Wees zeker van je zaak en verpak je salariseis in jouw USP’s (= Unique Selling Points). Zo verschuif je de aandacht van het salaris naar het feit dat jij waardevol kan zijn voor het bedrijf. En dat jij die investering dubbel en dwars waard bent!

Deel dit artikel gerust op Pinterest!
Dacht je aan iemand tijdens het lezen? Deel dit artikel dan met hem/haar.