Hypotheek teruggave

Hypotheek aflossen: hoe doe je dat met de voorlopige teruggave?

Aflossen op je hypotheek betekent dat je minder rente betaalt. Wanneer je minder rente betaalt, krijg je ook minder teruggave. Hoe regel je dat dan zonder dat je in de problemen komt met de Belastingdienst? We geven tips.

Door Renée

Laatst kregen we in onze podcast deze vraag van een luisteraar. Ze loste al een tijdje fanatiek extra af op haar hypotheek. Daardoor gingen haar maandlasten iedere maand een beetje verder naar beneden. Hoera! Maar ze worstelde met de hypotheekrenteaftrek. Nu ze door de aflossingen minder rente betaalde – haar lening was nu eenmaal lager – had ze ook recht op minder hypotheekrenteaftrek en dus minder teruggave.

Belastingvoordeel

Hypotheekrenteaftrek is een belastingvoordeel voor mensen met een koophuis. Het betekent dat je de rente die je over je lening betaalt, mag aftrekken van je belastbare inkomen bij de Belastingdienst. Daardoor krijg je een deel indirect terug, omdat je over dat deel van je inkomsten geen inkomstenbelasting hoeft te betalen. Snap je? Als je minder rente betaalt, mag je dus minder aftrekken en is dit voordeel dus kleiner.

Je wilt voorkomen dat je te veel teruggave ontvangt. Anders krijg je problemen met de Belastingdienst. Dat wil je niet. Maar als je elke maand een lekker bedrag aflost, wil je ook niet maandelijks die veranderingen moeten doorgeven aan de Belastingdienst. Gedoe. Wij pakken het daarom anders aan.

Maak een spaarpotje

Wij ontvangen niet elke maand onze teruggave op de rekening. Bij ons wordt dit bedrag aan het einde van het jaar verrekend met wat we aan belasting moeten betalen. Handig voor ondernemers en zzp’ers! Maar ook als je in loondienst bent, kun je je hypotheekrenteaftrek en teruggaaf in één keer aan het einde van het jaar regelen tijdens je belastingaangifte. Je krijgt het bedrag dan in één keer uitbetaald.

Heb je die teruggave maandelijks nodig om rond te komen? Je bent niet de enige. Dan kun je er ook voor kiezen om een deel hiervan apart te zetten op een spaarrekening of in een spaarpotje. Je kunt vooraf – op basis van je geplande aflossingen – een rekensom maken hoeveel dat ongeveer zou moeten zijn. Kom je daar niet uit? Bel de Belastingdienst of je hypotheekadviseur even, als die bereid is je daarbij te helpen. Zo hoef je niet bang te zijn dat je problemen krijgt. Je krijgt waarschijnlijk een aanslag, maar dat geld heb je gewoon op je rekening staan. Doe dit alleen wanneer je weet dat je van het geld kunt afblijven. En kijk anders of je het zou redden met een jaarlijkse betaling van de teruggaaf. Zo weet je zeker dat je niet in de problemen komt. Je ontvangt namelijk aan het einde van het jaar alleen waar je recht op hebt.

Dacht je aan iemand tijdens het lezen? Deel dit artikel dan met hem/haar.